Mijn kantoorgenoot, Joke Uittenhout, is gespecialiseerd in erfrechtzaken. Steeds vaker krijgt zij vragen als: hoe moet een nalatenschap worden afgewikkeld? Of: mijn broer heeft heel lang de administratie gedaan van mijn moeder, is hij verplicht om na haar overlijden te laten zien hoe hij haar geldzaken heeft geregeld?

Wat kan wel en wat kan niet

Als de erfgenamen, meestal de kinderen, goed met elkaar kunnen overleggen, is er niets aan de hand. Maar als emoties een grote rol spelen, of als er vragen zijn over het beheer van geldzaken, is het juist wel van belang om te weten wat ‘wel en niet kan’. Als de onderlinge verhoudingen niet goed zijn, is het des te belangrijker om de nalatenschap volgens het boekje (de wet of het testament) af te wikkelen om een groter conflict te voorkomen.

Voorbeeld uit praktijk

Een voorbeeld uit de praktijk: moeder van 89 woont thuis en haar twee zoons hebben haar altijd – ook financieel – geholpen zodat zij in haar eigen huis kon blijven wonen. Zij ging ook vaak met hun gezinnen mee op vakantie. Na haar overlijden hebben zij de begrafenis geregeld, het huis opgeruimd, alles netjes afgehandeld en het spaargeld tussen hen tweeën verdeeld. Na een aantal maanden neemt een zus contact op met wie moeder en broers al twintig jaar geen contact meer hebben. Zij eist haar erfdeel op. De broers wendden zich tot ons kantoor met de vraag: dit kan toch niet? Ja, dit kan wel, omdat de wet dit voorschrijft.

Schikkingsvoorstel

Ons advies: doe een schikkingsvoorstel en geef aan dat jullie zuster dit bedrag direct kan ontvangen. Als ze het er niet mee eens is, dan zal ze moeten procederen. De zuster accepteerde het voorstel. Hoewel de broers haar handelwijze onverteerbaar vonden, zagen zij in dat zij geen andere keus hadden, en waren ze tevreden dat deze onverkwikkelijke kwestie in korte tijd was afgewikkeld.

Een kind heeft twee biologische ouders: moeder en vader. De wet kent ook het juridisch ouderschap en heeft los daarvan het gezag over een kind geregeld. Vrij ingewikkeld dus. Een Staatscommissie wil nu het aantal mensen met gezag uitbreiden van twee tot maximaal vier. Is dat een goed idee?

Meeroudergezag

Een veelgehoord bezwaar is dat er dan ook meer conflicten zullen ontstaan. Dat is niet in het belang van het kind. De Staatscommissie ziet dat bezwaar niet ‘omdat dan geen sprake meer is van een machtsstrijd van één tegen één’. Wat een machtsstrijd van twee tegen twee of één tegen drie met het kind doet, blijft onduidelijk. Verder zegt de commissie over het gevaar van meer conflicten, ‘dat er over de hele wereld nog maar weinig ervaring met meeroudergezag is opgedaan en het nog niet is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek.’ Dus er is geen ervaring mee en men kent de impact op het kind niet.

Impact op het kind

Dat lijkt me al voldoende reden om deze plannen snel in een diepe la te gooien! Kinderen hebben al genoeg last van conflicten tussen twee ouders. 70.000 kinderen per jaar maken een scheiding van hun ouders mee en zij hebben twee keer zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen, zowel op korte als op lange termijn. 83% van alle jonge stellen krijgt een relatiecrisis na de eerste baby en het scheidingspercentage is op weg naar de 50%, vaak nog voordat de kinderen vier jaar zijn.

Extra stiefouders en grootouders

Kinderen met vier ouders kunnen na de scheiding zomaar vier extra stiefouders en zestien grootouders krijgen. En allen kunnen vinden dat zij recht hebben op contact en omgang met het kind. Stel je voor dat die óók gaan procederen!

Belang van het kind

Laten we dus vooral niet verder knutselen aan belangrijke zaken als afstamming en ouderschap voordat we zeker weten dat het in het belang is van het kind.