Weinig Nederlandse scheidingen spreken zo tot de verbeelding als die tussen Wesley Sneijder en Yolanthe, die hun gemeenschap van goederen 50/50 zullen moeten verdelen. De bedragen die daarbij in de pers voorbij komen, dat zien we hier niet vaak. Nee, dan de Verenigde Staten: daar woedt nu een gevecht over de verdeling van miljarden tussen Jeff Bezos, de baas van Amazon, en zijn vrouw.

Nederland

Ik verwacht dat zulke verdelingen in Nederland eerder zullen afnemen over de komende jaren. Hoe dat komt? Onder andere door het totaal verschillende rechtssysteem en de verschillende mogelijkheden die de rechterlijke macht heeft.

Verandering

Sinds vorig jaar is in Nederland het systeem veranderd: gemeenschap van goederen omvat in principe alleen tijdens het huwelijk door echtgenoten opgebouwd vermogen. Erfenissen en schenkingen blijven nu privé. Dat geldt voor mensen die in 2018 of later getrouwd zijn, als ze geen huwelijksvoorwaarden hebben laten opstellen. Als zij scheiden zal de rechter de gemeenschap 50/50 verdelen, maar blijft privé vermogen privé. Bij mensen die voor 2018 getrouwd zijn zonder huwelijksvoorwaarden, omvat de gemeenschap al hun vermogen inclusief schenkingen en erfenissen. Die grotere gemeenschap zal dus geleidelijk aan verdwijnen.

Verschil rechtssysteem per staat

In de VS verschilt het rechtssysteem per staat. Toevallig woont het echtpaar Bezos in een staat waar men de gemeenschap van goederen als uitgangspunt heeft en hebben zij allebei recht op de helft. In Nederland kan dat niet. Als een Nederlands echtpaar huwelijksvoorwaarden met een zogenaamde koude uitsluiting heeft en de één miljoenen heeft en de ander niets, zal de arme echtgenoot na een scheiding nog steeds niets hebben, maar alleen alimentatie ontvangen. Bij Yolanthe zal dat in elk geval niet nodig zijn.

Curatele, bewind en mentorschap zorgen bij familierechtelijke zaken vaak voor onverwachte perikelen. Veel familierechtelijke handelingen zoals trouwen, scheiden of het erkennen van een kind,
zijn zeer persoonlijk. Soms kan iemand die handelingen nog wel verrichten, ondanks zijn curatele of bewind. Het hangt er dan met name van af, of men zich nog realiseert wat men doet en de gevolgen daarvan kan overzien. Maar over de financiële aspecten van die handelingen mag men niet meer zelf beslissen.

Onder curatele staan

Als men onder curatele staat, kan de curator bijvoorbeeld geen echtscheidingsprocedure starten. Dat kan vervelende consequenties hebben. Zo was er een geval, waarbij de (veel jongere) echtgenote het vermogen van haar man er doorheen joeg. Zij was daar al enige jaren mee bezig, voordat de man eindelijk op initiatief van verontruste familieleden onder curatele werd gesteld. De vrouw wilde niet scheiden, dus de curator zorgde voor de beëindiging en de verdeling van de gemeenschap van goederen. Een deel van het vermogen kon zo gered worden van rupsje-nooit-genoeg, zoals de vrouw ondertussen door de familie werd genoemd.

Stijging

Het aantal volwassenen dat onder een vorm van bewind staat, stijgt gestaag. In 2017 was er sprake van maar liefst 326.100 mensen. Vergrijzing speelt een grote rol bij deze stijging. Voor volwassenen kennen we de curatele, het bewind en het mentorschap die door een rechtbank kunnen worden opgelegd. Een bewindvoerder regelt alleen financiële zaken, de mentor alleen persoonlijke zaken zoals verpleging en medische behandeling. De curatele is het meest omvattend; een curator regelt zowel de persoonlijke als de financiële zaken van de curandus.

Soms is de praktijk van een familierechtadvocaat heel grillig. Neem de volgende zaak, die de rechtbank in Rotterdam moest beoordelen.

Man en vrouw zijn getrouwd. De vrouw heeft in 1985 een langstlevende testament opgesteld. Dat houdt in dat bij haar vooroverlijden haar echtgenoot al haar bezittingen zal ontvangen. De overige erfgenamen, hun vijf kinderen, krijgen een vordering op hun vader. Verder niets.

In 2003 is deze regeling in de wet vastgelegd.

Echtscheidingsprocedure

Het huwelijk van partijen is niet heel gelukkig en de vrouw start een echtscheidingsprocedure. Op 22 juli 2016 spreekt de rechtbank de echtscheiding uit. De uitspraak van de rechtbank moet worden ingeschreven in het huwelijksregister om te scheiden. De man werkt echter niet mee aan die inschrijving en de vrouw moet de beroepstermijn van 3 maanden afwachten. Eind oktober 2016 kan zij kan de echtscheiding definitief maken.  Zo ver komt het echter niet, want vóór de beroepstermijn is verlopen, komt de vrouw te overlijden.

Dan eist de man bij de kinderen de nalatenschap op. Hij beroept zich daarbij op het testament van de vrouw. Hij stelt dat hij nog steeds “de echtgenoot” is die in het testament wordt genoemd. Hij en hij alleen is de erfgenaam. De kinderen bestrijden dit.

Uitspraak Rechtbank

Volgens de letter van de wet heeft de man gelijk. Toch krijgt hij dit niet van de rechtbank. Want de rechtbank gaat uit van de bedoeling van de vrouw: zij wilde van de man scheiden. Dat dat nog niet was gebeurd voor haar overlijden lag niet aan haar, maar aan de man. Daarom kan de man geen aanspraak maken op haar testament en heeft hij zijn recht op haar erfenis verloren.

Maar wacht even, de regeling uit het testament was in 2003 toch ook vastgelegd in de wet. Had de man op grond van de wet dan niet een aanspraak op de erfenis van de vrouw? Nee, oordeelt de rechtbank. Met haar testament heeft de vrouw ook bedoeld om de wet uit 2003 uit te sluiten. De man is niet meer echtgenoot; hij moet worden beschouwd als gescheiden van de vrouw.

Ouderschapsplan

Als je gaat scheiden, moet je een ouderschapsplan maken. Dat staat in de wet. Op internet zijn tal van voorbeelden voor een ouderschapsplan te vinden. Die modellen bevatten niet alleen de vereiste onderwerpen (1. bij wie woont een kind na de scheiding? 2. wanneer ziet hij/zij de andere ouder? 3. hoe delen de ouders de financiële kosten van hun kind? en 4. op welke wijze hebben de ouders deze afspraken met hun kind besproken?), maar ook tal van andere zaken. Niet iedereen is zich daar van bewust als hij het ouderschapsplan bij het kruisje ondertekent.

Maar dan de praktijk….

Zo ook in een geval dat aan de rechtbank (zie hier) werd voorgelegd. De ouders hadden bij een mediator een ouderschapsplan getekend. Hun relatie was en is erg slecht. Er is veel wantrouwen en daardoor ook veel spanning.  De ouders staan op de wachtlijst voor het traject Ouderschap blijft. Op zeker moment besluit moeder de afgesproken omgangsregeling op te schorten. Vader lijdt volgens haar aan een psychische stoornis en is niet in staat om de zorgregeling positief uit te voeren. Het kind vertoont –aldus nog steeds moeder – negatief gedrag na de contactmomenten met vader en het kind zegt dan verontrustende dingen.

Vader betwist de beschuldigingen van moeder. Hij vindt dat zij zich aan de gemaakte afspraken moet houden.

Wat vindt de rechter?

In hun ouderschapsplan staat –zoals vaak het geval is-  dat de ouders het belangrijk vinden dat het contact tussen het kind en de ouders door de scheiding zo min mogelijk wordt beïnvloed. En beide ouders zeggen toe dat zij zich er voor zullen inspannen dat het kind na de scheiding zo goed mogelijk contact met hen beiden heeft. De rechter hecht veel gewicht aan toe aan deze bepaling. Zelfs als moeder gelijk heeft en het kind na contact met vader zorgelijk gedrag vertoont, mag zij op grond van haar voornemen om na de scheiding een goed contact tussen vader en kind te realiseren dit contact niet opschorten. Moeder krijgt de verplichting om de zorgregeling op verbeurte van een dwangsom na te blijven komen.

Voorkomen is beter dan genezen

De bewuste bepaling in dit ouderschapsplan is een standaardtekst in tal van ouderschapsplannen. De bedoeling is goed. Maar goede bedoelingen zijn niet altijd voldoende. De mediator had beter moeten kijken welke afspraken deze ouders wel/niet met elkaar konden en wilden maken. Een goed ouderschapsplan is niet een standaardtekst van het internet, maar maatwerk. Het geeft aan wat deze ouders met elkaar kunnen afspreken over hun gezamenlijke zorg voor hun kinderen en hoe zij toekomstige conflicten zullen oplossen.  Dan zijn mooie uitgangspunten geen doel en geen middel. Dan moet worden gekeken wat in hun situatie het best haalbare is. De uitkomst is dan het resultaat van een indringend gesprek over wensen, mogelijkheden en onmogelijkheden. En de handtekening, die onder zo’n ouderschapsplan wordt gezet, betekent echt commitment en (veel) meer kans op naleving.

Deze zomer kreeg ik vlak na elkaar twee volstrekt tegengestelde wensen te horen. Het is soms verrassend dat wat de een aantrekkelijk vindt, de ander zo snel mogelijk achter zich wil laten. In de ene zaak wilde de cliënt persé van Amsterdam naar Haarlem verhuizen, in de andere zaak uit alle macht van Haarlem naar Amsterdam. Het blijft fascinerend dat geen twee zaken hetzelfde zijn. In beide gevallen was één ding wel hetzelfde: de ex was er niet blij mee.

Verhuizen met kinderen

Met kinderen verhuizen is alleen mogelijk als de andere ouder instemt of als de rechter toestemming geeft. Er wordt dan ook veel over geprocedeerd, met heel wisselend succes; een onzekere en vervelende procedure dus. Als er geen noodzaak is en de omgang met de kinderen zal lijden onder de verhuizing, is de kans klein dat het lukt. Dan kun je beter proberen de andere ouder te overtuigen of anders met hem (meestal hem) onderhandelen.

Goede regeling

Een van de ouders, die ik hierboven bedoelde, wilde al jaren weg uit Amsterdam en vond Haarlem veel prettiger om met jonge kinderen te wonen. En die zee… Ze pakte het goed aan: de (heel jonge) kinderen wonen het grootste deel van de tijd bij haar. Zij beloofde dat ze vanaf het moment dat het oudste kind naar de middelbare school zou gaan, terug zou verhuizen en dat ze de regeling vanaf dat moment zouden omkeren. De vader ging akkoord. Het werd vastgelegd in een overeenkomst met de bepaling, dat als de afspraak niet werd nagekomen, alle kosten van een eventuele procedure door haar zouden worden betaald. Dat was de stok achter de deur. Ze kreeg haar zin en mag verhuizen van Amsterdam naar Haarlem.   In de andere zaak lukte de verhuizing niet. Daar bleken uiteindelijk de huizenprijzen de grootste barrière en niet de ex.

In een veelbekeken tv-programma werden onlangs thema’s rond het huwelijk besproken: de laatste zomergast was een deskundige die veel onderzoek heeft gedaan naar het huwelijk en de effecten van scheiden. Zij zegt dat mensen tegenwoordig niet eens meer scheiden omdat ze ongelukkig zijn, maar omdat ze gelukkiger willen worden.

Emotionele voldoening

Niet economische zekerheid, stabiliteit en een gezin stichten zijn tegenwoordig de redenen om te trouwen; men verwacht veel meer van een huwelijk – teveel volgens sociologen – namelijk als bron van liefde en emotionele voldoening. Dat zijn ambitieuze doelen, die in elk geval niet een leven lang waargemaakt kunnen worden en eerder tot teleurstelling leiden dan de meer prozaïsche traditionele redenen. Maar bij elkaar blijven is toch vaak beter, zeker als er kinderen in het spel zijn.

Amerikaans onderzoek

In een Amerikaans onderzoek bleek dat verreweg de meeste koppels die in het eerste jaar van het onderzoek ongelukkig waren, vijf jaar later toch weer samen gelukkig waren. Hoe kregen ze dat voor elkaar? Voornamelijk door therapie, meer tijd voor elkaar maken, gewoon doorzetten en wat afstand nemen.

Gescheiden koppels

Van de gescheiden koppels voelden de meesten zich juist nog lange tijd ongelukkig. Waarom? De scheiding neemt wel spanning en onvrede weg, maar veroorzaakt zoveel nieuwe spanningen rond de verdeling van vermogen en inboedel, financiële stress, verhuizingen, reacties van de kinderen, omgangsregelingen en nieuwe relaties, dat de conflicten juist toenemen.

Kinderen worden niet beter van een scheiding

Dat kinderen beter worden van een scheiding, omdat ouders zich dan beter voelen, is volgens diverse onderzoeken een fabeltje. Voor kinderen is het beter om niet te scheiden. Uit recente studies blijkt dat kinderen van gescheiden ouders o.a. op sociaal en emotioneel vlak minder goed presteren en meer gedrags-en gezondheidsproblemen ondervinden.

De gevolgen van een scheiding voor kinderen lijkt steeds meer in de belangstelling te staan.

Scheiden…en de kinderen dan?

 In februari jl. presenteerde André Rouvoet de aanbevelingen van het Platform “Scheiden zonder schade”. In dit rapport staan kinderen centraal. Het platform doet tal van aanbevelingen die ertoe moeten leiden dat zij minder getroffen worden door de scheiding van hun ouders.

Recht doen aan je kind

Ook het ministerie van Justitie en Veiligheid is actief met tal van pilots in verschillende regio’s. Onlangs is een van deze pilots met de naam “Recht doen aan je kind” (of in het Haagse jargon: RDAJK) geëvalueerd.

Waar gaat het over? Met een intensief weekprogramma werd gepoogd om vechtscheidingen te beëindigen. Doel was  een verbetering van het welzijn van het kind, het verminderen van conflicten tussen gescheiden ouders en een grotere betrokkenheid van het netwerk van de ouders. De uitkomst is in veel opzichten teleurstellend. Het begint eigenlijk al bij de aanvang. Het blijkt erg moeilijk ouderstellen te vinden, die aan deze pilot willen meewerken. Vervolgens valt een aantal van hen al vóór de aanvang af. Als het programma uiteindelijk wordt doorlopen blijkt dat de ouders kort na het intensieve weekprogramma het nog wel positief beoordelen, maar een paar maanden later niet meer. Dan heeft de hulpverlening naar hun beleving (te) weinig zoden aan de dijk gezet.

De onderzoekers geven de moed nog niet op, maar constateren dat zij niet kunnen vaststellen of de interventie succesvol was.

vFAS-symposium

In Nederland werd op 15 september 1796 de eerste echtscheiding uitgesproken. Op 14 september 2018 organiseert de vFAS daarom voor de 9e keer de “dag van de scheiding”. Voorafgaand aan de Dag van de Scheiding wordt een symposium georganiseerd, dat dit jaar het thema “als ouders samen verder” heeft. Vanuit verschillende invalshoeken zal worden gekeken hoe de negatieve gevolgen van een scheiding voor het kind zo veel mogelijk kunnen worden voorkomen.

Tot slot

Uit onderzoek blijkt dat bijna 50% van de mensen die gescheiden zijn het achteraf liever anders hadden gedaan. Toch zoekt nog geen 30% professionele hulp. Misschien had het voor kinderen veel verschil gemaakt als dat laatste percentage hoger was geweest.

Onlangs kwam ik een oud-cliënte tegen; een leuke vrouw, inmiddels midden 60, een zogenaamde babyboomer. Haar scheiding was een mooi voorbeeld van hoe het (uiteindelijk) voor alle betrokkenen optimaal kan worden opgelost, met beperking van nadelige financiële gevolgen.

Ouderlijk huis

Geen van beiden wilden destijds het huis verlaten; zij waren er erg aan gehecht, wat ik me heel goed kon voorstellen. Een heerlijk en vriendelijk huis met een grote tuin, waar zij lang hadden gewoond en hun kinderen groot hadden zien worden. En de kinderen – ja, ook die vonden het naar om hun ouderlijk huis te moeten opgeven.

Woonlasten

Zo naar, dat dit de ouders de ogen opende voor een andere oplossing dan verkopen en daarna allebei een ander huis zoeken. Juist de woonlasten zijn meestal de grootste kostenpost in een huishouden. Tenzij een van partijen (meer) gaat werken, moeten na een scheiding uit ongeveer hetzelfde inkomen plotseling twee aparte huishoudens en dus twee woningen bekostigd worden. Dat betekent dus dat men na een scheiding armer is dan daarvoor.

Oplossing

Statistisch gezien is de vrouw dan de armste. In dit geval vond men een betere oplossing in het eigen huis: de man ging boven wonen en de vrouw beneden. Ieder kreeg een eigen ingang en een eigen terras in de tuin, waar de ander geen zicht op had. De kinderen waren verrast, dat hun ouders zo hun best hadden gedaan voor een alternatief en naar hen hadden geluisterd.

Naast elkaar blijven wonen

In een crisis vergeten ouders dat vaak, vraag maar aan Villa Pinedo. Dat geldt ook voor oudere kinderen, ook zij lijden onder een scheiding. Het is niet iedereen gegeven om naast elkaar te kunnen blijven wonen, deze ouders gelukkig wel. Zij waren weer goede vrienden  geworden. Mijn cliënte was er nog steeds heel tevreden mee.

Het is eigenlijk niet met elkaar te rijmen dat één op de drie huwelijken in een scheiding eindigt, terwijl iedereen zijn kind de nare gevolgen van een scheiding wil besparen.

Rapport beter scheidingsproces

Oud-minister André Rouvoet is in het nieuws met zijn rapport over een beter scheidingsproces, vooral vanuit het perspectief van het kind. Daarin zet hij de gevolgen op een rij, zoals: per jaar maken 70.000 thuiswonende kinderen een scheiding mee; 16.000 kinderen hebben ernstige last van de gevolgen; 15% van alle kinderen van gescheiden ouders hebben na de scheiding geen contact meer met een van de ouders.

Faciliteiten in vroeg stadium

Al vele jaren vragen ouders, maar ook ‘scheidingsprofessionals’, om betere en snellere faciliteiten, liefst in een zo vroeg mogelijk stadium. De eerste alternatieve initiatieven rond de scheiding waren ooit de omgangshuizen; een neutrale plek waar kinderen – meestal – hun vader ontmoetten. Belangrijk zijn ook het snel regelen van allerlei praktische en financiële zaken (de hypotheek, de huur, verzekeringen, bankzaken, werk) die gemakkelijk complicerende factoren in de scheiding kunnen worden of ertoe kunnen leiden dat er schulden ontstaan. Daarmee worden de risico’s op schade bij kinderen verhoogd, zegt het rapport terecht. Zeker nu scheidingen een ware epidemie zijn geworden, raadt het rapport een landelijke aanpak aan die zich op alle aspecten richt.

Hulpverlening

Toegang tot goede hulpverlening in alle fases van de scheiding is het meest belangrijk. Ik moet daar wel aan toevoegen, dat het essentieel is dat die hulpverleners zeer goed opgeleid zijn met zowel ervaring in hun vak als levenservaring. De schade die goedbedoelende, maar ondeskundige professionals en vrijwilligers kunnen aanrichten, is vaak desastreus, zo blijkt ook wel uit het rapport. Hopelijk worden de goede aanbevelingen uit het rapport opgevolgd door goede daden.

Binnenkort is het weer zo ver: de aangiften Inkomstenbelasting moeten naar de Belastingdienst worden gestuurd. Als je met een scheiding te maken hebt, is het belangrijk om extra aandacht aan je aangifte te besteden. In deze blog bespreek ik een drietal zaken, die voor jou van belang kunnen zijn. Er kan natuurlijk nog veel meer spelen. Daarom adviseer ik je om een fiscalist te raadplegen vóór je je aangifte indient. In mijn praktijk als familierechtadvocaat  zie ik helaas maar al te vaak dat er tijdens of vlak na de scheiding fouten zijn gemaakt in de aangifte, die vervelende –en soms dure- gevolgen hebben. Voor vragen kun je ook met ons kantoor contact opnemen.

Tip 1

Onderzoek of je nog fiscaal partner bent met je ex.

Tijdens je relatie kun je fiscaal partner zijn geworden. Als je getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had, ben je altijd fiscaal partners geworden. Dit fiscale partnerschap eindigt als je een scheidingsverzoek bij de rechtbank hebt ingediend én bij de gemeente niet meer op hetzelfde adres staat ingeschreven. Als je samenwoonde, hangt het van een aantal omstandigheden af of je fiscale partners wordt. Ook de beëindiging van het fiscale partnerschap is in dat geval wat minder duidelijk. In ons e-book “scheiden en partnerschap”  kun je lezen wanneer je fiscaal partners bent. Het fiscale partnerschap kan je financiële voordelen geven, met name als een van jullie in een hoge belastingschijf valt en de ander niet.

Extra tip: Ongeacht of je fiscaal partner bent of niet is het aan te bevelen om de aangiften tijdens je scheiding in overleg met je ex-partner in te vullen. Als overleg niet mogelijk is, kun je besluiten samen dezelfde adviseur in de arm te nemen om de aangiften te doen.

Tip 2

Sommige advocaatkosten kun je aftrekken van de belasting

Een scheiding is een kostbare zaak. Je krijgt met allerlei extra kosten te maken, die je voorheen niet had. En dan bedoel ik niet alleen de kosten van 2 huishoudingen, waar vroeger 1 huishouding was. Je maakt nu ook kosten voor advisering en voor de scheidingsprocedure. Het is daarom niet vreemd dat mij vaak wordt gevraagd of de kosten voor de advocaat kunnen worden afgetrokken. De fiscus is op dit punt niet gul: advocaatkosten zijn in beginsel niet aftrekbaar. Er wordt 1 uitzondering gemaakt: de advocaatkosten, die je hebt moeten maken om partneralimentatie te ontvangen, zijn wèl aftrekbaar. Als je deze kosten hebt gemaakt, is het verstandig om je advocaat om een opgave van deze kosten te vragen. Wij verstrekken je zo’n verklaring meteen.

Dat degene die alimentatie moet betalen zijn/haar kosten die gemaakt werden om die partneralimentatie vast te stellen niet mag aftrekken, is moeilijk uit te leggen.

Tip 3

Partneralimentatie

Vaak verstrijkt er wel wat tijd tussen het moment waarop je feitelijk uit elkaar gaat en het moment waarop je scheiding is geregeld. Het is belangrijk dat je –als dat mogelijk is- in deze periode goede afspraken maakt met je ex over betalingen in levensonderhoud. Oók om achteraf vervelende verrassingen van de Belastingdienst te voorkomen. Als de fiscus een betaling namelijk als partneralimentatie oormerkt omdat jullie duurzaam gescheiden leven, moet de ontvanger deze betalingen opgeven als inkomsten en daar belasting over betalen, terwijl de betaler de betalingen als een aftrekpost mag opvoeren. Met name een aanslag achteraf, kan heel vervelende gevolgen hebben. Wij kunnen je bijstaan om dit te voorkomen.

Wil je reageren op deze blog, neem dan gerust contact met ons op: info@vanderloeff.nl of spoormans@vanderloeff.nl