Binnenkort beginnen de eindexamens weer in het voortgezet onderwijs. Later deze zomer hopen velen te horen dat hun schooltijd er op zit en dat de vrijheid van het studentenleven kan beginnen. Heeft dit ook financiële gevolgen? Als je kind meerderjarig wordt en gaat studeren verandert er heel wat. Ik wil het nu hebben over de gevolgen voor de kinderalimentatie, die je misschien al een hele tijd geleden met elkaar hebt afgesproken. Of die ooit door de rechter is vastgesteld.

Behoefte

Opnieuw moet je je afvragen wat je kind nodig heeft om van te leven. Die kosten veranderen als ze op kamers gaan wonen of naar het beroepsonderwijs of de universiteit gaan. Het NIBUD heeft in 2017 onderzoek gedaan naar de maandelijkse kosten voor een uitwonende student en kwam toen uit op (inclusief collegegeld en boeken)  gemiddeld € 1.216 per maand. Rechters houden de normbedragen van de WSF wel aan. Dan wordt er een onderscheid gemaakt tussen enerzijds mbo- (maximaal € 809,57) en anderzijds hbo/wo-studenten (maximaal € 1.037,63).

Eigen inkomsten

Tot hun 21e jaar spelen eigen inkomsten van de student volgens de wet geen rol bij de bepaling van zijn/haar behoefte. Maar in de praktijk wordt wel rekening gehouden met structurele eigen inkomsten van een studerend kind. Rechters oordelen hier wel heel verschillend over. Het is daarom goed om als gescheiden ouders met elkaar te bespreken wat jullie zoon of dochter nu van jullie nodig heeft.

Vallen toeslagen en een studiebeurs ook onder “eigen inkomsten” van een student? Wat de toeslagen betreft: ja. Wat de studiebeurs betreft: als het een studielening (sinds 2015) betreft dan wordt dit niet als “eigen  inkomsten” beschouwd. Tegenover de lening staat immers een schuld die ooit afbetaald zal moeten worden. Maar ontvangt de student een studiebeurs, dan wordt dit meestal wel als “eigen inkomsten” gekwalificeerd.

21+ jaar studenten

En hoe zit het met de studenten die 21 jaar of ouder zijn?  Kunnen zij aanspraak maken op een financiële bijdrage van hun ouders? De wet zegt hier niets over. Eigenlijk is dat vreemd, want met name studenten in het hbo of wo ronden zelden voor hun 21e verjaardag hun studie af. Toch worden zij volgens de wet geacht om –evenals “alle overige familieleden”-  zelf in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Willen zij een onderhoudsbijdrage van hun ouders ontvangen, dan moeten ze aantonen dat zij dat niet kunnen. Kortom, de bewijslast verschuift. Maar een belangrijker drempel voor hen is nog dat zij tegen (een van) hun ouders moeten procederen. Veruit de meeste kinderen hebben hier geen trek in.

Omdat ouders meestal willen dat hun studerende kinderen zich focussen op hun studie en niet op bijbaantjes, bevat het ouderschapsplan gebruikelijk een bepaling waarin is opgenomen dat de ouders de kinderen blijven onderhouden tot hun 25e jaar zolang zij in overleg met hen studeren. Wat mij betreft zou dit een hoofdregel mogen worden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *